Auteur van deze pagina: Nathalie Kleberg, Jessica Leijten en Bianca van Roon

0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Onderstaande problemen kunnen zich voordoen als gevolg van negatieve transfer van het Sranan Tongo naar het Nederlands. Deze problemen hoeven zeker geen aanwijzing voor een taalontwikkelingsstoornis te zijn.

Morfologie
In het Sranan worden werkwoorden niet vervoegd. Daarom kunnen NT2-leerders met het Sranan als eerste taal moeite hebben met het vervoegen van de werkwoorden naar tijd en persoon in het Nederlands. In het Sranan bestaan er geen verkleinwoorden. Een verkleining wordt aangegeven met behulp van een extra woord. Het is dus te verwachten dat NT2-leerders moeite hebben met het juist vormen van een verkleinwoord. In het Sranan is er geen verschil in geslacht bij de derde persoon enkelvoud. A kan zowel hij als zij betekenen. Daarom zouden Sranan-sprekers moeite kunnen hebben met het goed verwijzen naar personen in de derde persoon enkelvoud. Zelfs als uit de context blijkt om welk geslacht het gaat. Het Sranan kent geen verschil tussen de-woorden en het-woorden. Dit kan er voor zorgen dat Sranan-sprekers moeite hebben met het gebruiken van het juiste lidwoord in het Nederlands. Bovendien kunnen lidwoorden in het Sranan soms ook weggelaten worden, wat er toe kan leiden dat Sranan-sprekers in het Nederlands ook lidwoorden weg gaan laten op plekken waar dit niet kan.

Syntaxis
Het aanwijzend voornaamwoord komt in het Sranan achter het zelfstandig naamwoord. Sranan-sprekers kunnen in het Nederlands dus moeite hebben met het juist plaatsen van het aanwijzend voornaamwoord. In het Sranan wordt het verschil in tussen vragende en bevestigende zinnen alleen gevormd voor door het verschil in intonatie. De woordvolgorde verandert niet. Daarom kunnen Sranan-sprekers mogelijk moeite hebben met de woordvolgorde in vragende zinnen in het Nederlands (inversie). Het Sranan is een SOV-taal in tegenstelling tot het Nederlands dat een SVO-taal is. Het valt dus te verwachten dat NT2-leerders moeite hebben met de woordvolgorde in het Nederlands.

Pragmatiek
In tegenstelling tot in het Sranan wordt er in het Nederlands al snel getutoyeerd, ongeacht leeftijdsverschil.Voor Surinaamse leerkrachten die dit niet gewend zijn, is het op zijn minst onwennig om met je en jou aangesproken te worden. Sommige leerlingen die in Suriname altijd ‘u’ gebruikten om hun leerkracht aan te spreken zullen niet al te makkelijk plotseling de juf of meester bij de voornaam roepen of tutoyeren.


Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Om een taalontwikkelingsstoornis vast te stellen kunnen er een aantal vragen aan ouders en/of tolk gesteld worden. Ten eerste kunnen er vragen over het Nederlands gesteld worden. Deze vragen geven niet zozeer een beeld van een eventuele taalontwikkelingsstoornis, maar achterhalen wel welke problemen die het kind ondervindt, te wijten zijn aan negatieve transfer vanuit het Sranan naar het Nederlands. Daarnaast kunnen er ook vragen gesteld worden over de taalontwikkeling in het Sranan. Deze vragen geven een beeld van problemen die de indicatie kunnen zijn voor een eventuele taalontwikkelingsstoornis.

Vragen over het Nederlands
Morfologie
  • Heeft uw kind moeite met het vervoegen van werkwoorden in het Nederlands?
  • Laat uw kind het verklein-suffix bij verkleinwoorden weg in het Nederlands?
  • Heeft uw kind problemen met het gebruiken van het juiste lidwoord in het Nederlands?
  • Laat uw kind soms lidwoorden weg in het Nederlands?

Syntaxis
  • Heeft uw kind problemen met de woordvolgorde in het Nederlands?
  • Heeft uw kind moeite met het juist plaatsen van aanwijzend voornaamwoorden in een zin?

Pragmatiek
  • Heeft uw kind moeite met het gebruik van informele en formele aanspreekvormen in het Nederlands?

Vragen over het Sranan Tongo
Morfologie
  • Heeft uw kind moeite met het maken van samengestelde woorden?

Naar boven

1. Algemene informatie over het Sranan Tongo (Surinaams)


Het Sranan is een creooltaal die in Suriname ontstond toen grote aantallen slaven met verschillende moedertalen uit Afrika als werkkracht werden geïmporteerd in de toenmalige kolonie van Engeland. In eerste instantie ging het om taalcontact met het Engels maar nadat de kolonie in 1667 door Nederland (lees de Zeeuwen) werd veroverd, gold het Nederlands (lees het Zeeuws) als superstraat-taal (de dominante taal van waaruit de minderheidstaal woorden overneemt). Het is dan ook niet verwonderlijk dat uit onderzoek naar de herkomst van de 3000 meest frequente woorden het volgende is gebleken:

afkomstig uit Afrikaanse talen ± 130 woorden = 4,3 %
afkomstig uit het Portugees ± 100 woorden = 3,2 %
afkomstig uit Indiaanse talen (Kalinja, Arowak) ± 390 woorden = 12,7 %
afkomstig uit het Engels ± 550 woorden = 18 %
afkomstig uit het Nederlands ± 650 woorden = 21,5 %
afkomstig uit het Engels of Nederlands ± 130 woorden = 4,3 %
nieuwvormingen ± 1100 woorden = 36 %

BRON: Koefoed & Tarenskeen (1992)

De generatie van immigrantenkinderen deed een poging om de taal van de blanke plantage-eigenaren te spreken, maar zij slaagden hier gebrekkig in. Vandaar de benaming ‘taki-taki’ [het Engelse talk is in deze benaming herkenbaar, letterlijke vertaling praat-praat], die tegenwoordig overigens niet meer gebruikt wordt omdat hij als denigrerend wordt ervaren. De taal is een lingua franca die door verschillende bevolkingsgroepen in Suriname naast hun moedertaal wordt gesproken. Meertaligheid is in Suriname een normaal verschijnsel en hoewel de officiële taal is nog steeds het Nederlands is, werd er in 1986 een officiële spelling voor het Sranan afgekondigd. Ook zijn er woordenlijsten en woordenboeken voor het Sranan verschenen. http://www.sil.org/americas/suriname/sranan/stnl.pdf
Opgemerkt kan worden dat het Sranan vooral een spreektaal is. Zelfs leden van De Nationale Assemblee en andere hoge functionarissen schromen tegenwoordig niet om het Sranan te gebruiken, bv op politieke podia. Dat was vroeger anders; de attitude naar het Sranan was er een van schaamte en schande als je die gebruikte. Emancipatiebewegingen promoten de taal en Surinamers zijn trots op het Sranan. De taal wordt door velen niet gekend als schrijftaal omdat het Sranan niet op scholen onderwezen wordt. Toch zijn er wel poëziebundels in het Sranan te verkrijgen. De laatste jaren is er sprake van leenwoorden uit het Sranan die gebruikt worden in de taal van veel jongeren in Nederland, de zogenoemde straattaal. Fawaka, duku en faya zijn slechts enkele voorbeelden van oorspronkelijk Sranan-woorden waarvan de betekenis nu door bijna iedere Nederlander gekend wordt.

Naar boven

2. Specifieke informatie over het Sranan


Morfosyntaxis
Er zijn opmerkelijke (morfo-)syntactische verschillen tussen het Nederlands en het Sranan.

Woordvolgorde
De woordvolgorde in zinnen zegt veel over een taal. Vergelijk de volgende Sranan- zinnen met de zinnen in het Nederlands.

SRANAN
NEDERLANDS
mededelende zin
Yu e waka go na skoro ↓
Jij loopt naar school
vraagzin
Yu e waka go na skoro? ↑
Loop jij naar school?
In het Sranan wordt het verschil gerealiseerd door de intonatie; het verschil wordt dus alleen gehoord. De woordvolgorde blijft ongewijzigd. Het verschil tussen de mededelende zin en de vraagzin komt in het Nederlands tot uiting in de woordvolgorde; onderwerp en persoonsvorm wisselen van plaats.
Het Nederlands is een SOV-taal waarvoor geldt dat in hoofdzinnen de persoonsvorm op de tweede plaats moet (verb 2nd). Het Sranan daarentegen is een SVO-taal; direct en indirect object komen na het werkwoord. Een verklaring voor dit verschil wordt gevonden in de geschiedenis van het Sranan. Bij de ontstaansgeschiedenis van het Sranan hebben in eerste instantie de Engelse overheersers een belangrijke rol gespeeld en het Engels is een SVO-taal. Het is dus te verwachten dat NT2’ers met Sranan als moedertaal, fouten zullen maken in de woordvolgorde, voornamelijk in bijzinnen.

Lidwoorden

SRANAN
NEDERLANDS
bepaald
a (enkelvoud) den (meervoud)
de - het
onbepaald
wan - ø
een

Ook bij de lidwoorden zit het in het Sranan anders in elkaar dan bij het Nederlands. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de- en het-woorden. Dus:
SRANAN
NEDERLANDS
a sturu
de stoel
a buku
het boek
wan pikin
een kind
Ø pikin
Ø kinderen

Het is zelfs mogelijk om het lidwoord weg te laten in bepaalde Sranan-zinnen, terwijl dat in het Nederlands niet altijd kan.
Bv. Sranan: Mi e go na ø kerki Nederlands: *Ik ga naar ø kerk. Dit moet in het Nederlands zijn: Ik ga naar de kerk.
Dit zou een verklaring kunnen zijn voor lidwoordproblemen van Sranan-sprekende leerlingen die Nederlands leren.

Aanwijzende voornaamwoorden

SRANAN
NEDERLANDS
Bij de-woorden
a jongu disi
deze jongen

a jongu dati
die jongen
Bij het-woorden
a buku disi
dit boek

a buku dati
dat boek
Bij meervouden
den buku disi
deze boeken

den buku dati
die boeken

Uit bovenstaande kolom blijkt dat het aanwijzend voornaamwoord in het Sranan achter het zelfstandig naamwoord komt en in het Nederlands vóór het zelfstandig naamwoord. Ook het feit dat het Sranan geen verschil kent tussen de- en het-woorden kan zorgen voor fouten met het aanwijzend voornaamwoord in het Nederlands van Sranan-sprekers.

Morfologie
Voor het Sranan geldt het begrip multifunctionaliteit. Dit betekent dat dezelfde woordvorm dienst kan doen in verschillende grammaticale functies. Afhankelijk van de context wordt dan de juiste betekenis bepaald.

Als zelfstandig naamwoord
Als werkwoord
Als bijvoeglijk naamwoord
libi
Mi heri libi m’e wakti yu .
Mijn hele leven wacht ik op jou.
Suma e libi drape?
Wie woont daar?
Wan libi dagu
Een levende hond
siki
Sortu siki yu kisi?
Welke ziekte heb jij gekregen?
Mi siki tu wiki keba.
Ik ben al twee weken ziek.
Wan siki pikin
Een ziek kind

Als het aankomt op woordvorming kent het Sranan verschillende manieren om nieuwe woorden te vormen:
- samenstellingen
- afleidingen
- nieuwvorming/neologisme
- reduplicatie
- seriële werkwoordsconstructie

  • Samenstellingen
De samengestelde woorden worden in het Sranan op dezelfde manier gevormd als in het Nederlands:
Bv. zelfstandig naamwoord + zelfstandig naamwoord= nieuw woord
SRANAN
NEDERLANDS
dagu + keti = daguketi
hond + ketting = hondenketting(en)
ede + wiri = edewiri
hoofd + haar = hoofdhaar
se + watra = sewatra
zee + water = zeewater

Bv. Werkwoord + zelfstandig naamwoord = nieuw woord
SRANAN
NEDERLANDS
sribi + kamra = sribikamra
slapen/slaap + kamer = slaapkamer(s)
wasi + duku = was’duku
baden + doek = baddoek(en)
waka + tiki = wakatiki
wandelen/wandel + stok = wandelstok(ken)

Opgemerkt kan worden dat sommige samenstellingen in het Sranan een enkelvoudig woord opleveren in het Nederlands.
SRANAN
NEDERLANDS
Lafu [lachen] + tori [verhaal] = laf’tori
Mop (of moppen)
Libi [leven] + suma [iemand] = libis’ma
Mens (of mensen)
Man [man] + pikin [kind] = manpikin
Zoon (of zonen)

  • Afleidingen
Het Sranan kent enkele specifieke manieren van afleiden van nieuwe woorden, juist omdat in de creooltaal niet veel voor- en achtervoegsels voorkomen. In het taalgebruik gaan bepaalde woorden zich ontwikkelen; de letterlijke betekenis raakt als het ware op de achtergrond. Zo heeft het zelfstandig naamwoord man [bet. man] zich tot achtervoegsel ontwikkeld in het Sranan.
SRANAN
NEDERLANDS
wan lawman
een gek
wan drunguman
een dronkaard
wan lukuman
een ziener
wan lasiman
een verliezer
wan bakaman
een ondersteuner

Hetzelfde geldt ook voor het woord wan [bet. een] :
SRANAN
NEDERLANDS
wan fu den bakawan
een van de achtersten
mi lobiwan
mijn geliefde(n)
den trikiwan
(verwijst naar de kleren) … die gestreken zijn
a brinkiwan
de glimmende

  • Reduplicatie
Een manier van woordvorming die zeker opvalt in het Sranan is de reduplicatie. Verdubbeling van het basiswoord zorgt hierbij voor een andere betekenis.
werkwoord
Zelfstandig naamwoord
hari (trekken)
har’hari (hark)
mandi (boos worden)
mandimandi (ruzie)
krasi (jeuken)
kras’krasi (eczeem)

Bijvoeglijk naamwoord
Versterkt bijvoeglijk naamwoord
dungru [donker]
dungrudungru [pikkedonker]
span [vol]
spanspan [overvol]
leigi [leeg]
leigileigi [helemaal leeg]

Persoonlijke voornaamwoorden

SRANAN
NEDERLANDS
1e pers. enkelvoud
mi
ik
2e pers. enkelvoud
yu
jij
3e pers. enkelvoud
a - en
hij – zij – het ; hem - haar
1e pers. meervoud
wi
wij
2e pers. meervoud
unu of yu
jullie
3e pers. meervoud
den
zij




Een belangrijk verschil tussen het Sranan en het Nederlands betreft het persoonlijk voornaamwoord. In het Nederlands geldt de regel dat een persoonlijk voornaamwoord dat gebruikt wordt als onderwerp een andere vorm heeft dan wanneer dat persoonlijk voornaamwoord als lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp gebruikt wordt. Deze regel is niet dwingend in het Sranan. Dezelfde vorm van het persoonlijk voornaamwoord kan zowel voor het subject als het object gelden. Vergelijk:
SRANAN
NEDERLANDS
Mi e bosi en.
En e bosi mi.
Ik zoen hem/haar.
Hij/zij zoent mij.

Uit het bovenstaande kun je afleiden dat in het Sranan bij de derde persoon enkelvoud het onderscheid in geslacht niet tot uitdrukking wordt gebracht. In de zinnen ‘Mi bosi en.’ en ‘En bosi mi.’ kan ‘en’ zowel ‘haar’ als ‘hem’ betekenen. A dansi heri neti kan in het Nederlands zowel vertaald worden met’ Hij heeft de hele avond gedanst’ als met ‘Zij heeft de hele avond gedanst’. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de verwijswoordfouten die Sranan-sprekers maken. Zelfs als uit de context duidelijk blijkt dat het gaat om iemand van het mannelijk geslacht wordt er soms foutief verwezen met ‘zij’.

Verkleinwoorden
Voor het Nederlands geldt dat er afhankelijk van de vorm van het basiswoord verschillende uitgangen bestaan om verkleinwoorden te vormen:
Krant - krantje
Boom – boompje
Ketting – kettinkje
Ring – ringetje

In het Sranan bestaan deze uitgangen niet. Dat het om een krantje, boompje, kettinkje of ringetje zou gaan, wordt uitgedrukt met behulp van een tweede woord nl. pikin (klein). Wan pikin koranti (een krantje), wan pikin bon (een boompje), wan pikin keti (een kettinkje), wan pikin linga (een ringetje).

Enkelvoud en meervoud
Net zoals het verkleinwoord uitgedrukt wordt in het Nederlands, gebeurt dat ook met meervoudsvormen, namelijk door middel van een achtervoegsel. In het Sranan daarentegen blijft het zelfstandig naamwoord onverbogen/ongewijzigd. Dat het om een meervoud gaat, moet blijken uit de context (bijv. een telwoord).


SRANAN
NEDERLANDS
Enkelvoud - meervoud
Wan tafra - tu tafra
Wan eksi - tu eksi
Wan bonjo – tu bonjo
Wan olo – tu olo
één tafel – twee tafels
één ei - twee eieren
één bot – twee botten
één gat – twee gaten

Dat de kwestie enkelvoud-meervoud problemen zou kunnen opleveren, wordt nog duidelijker als we naar de werkwoordspelling kijken.

SRANAN
NEDERLANDS
1e pers. enkelvoud
mi waka
ik loop
2e pers. enkelvoud
yu waka
jij loopt
3e pers. enkelvoud
a waka
hij – zij – het loopt
1e pers. meervoud
wi waka
wij lopen
2e pers. meervoud
unu of yu waka
jullie lopen
3e pers. meervoud
den waka
zij lopen

In het Sranan worden werkwoorden niet vervoegd zoals in het Nederlands. De infinitief blijft onveranderd, of het nu om een onderwerp in het enkelvoud of in het meervoud gaat. Hier komt nog bij dat er ook geen verschillende vormen voor de verschillende werkwoordstijden zijn.
- Om aan te geven dat het zou gaan om de verleden tijd gebruikt het Sranan een tijdsbepaling. [Esde mi waka go na skoro] [vert: Gisteren liep ik naar school. (of) Gisteren ben ik naar school gelopen].
- Om aan te geven dat de handeling nog gaande is, wordt in het Sranan gebruik gemaakt van het partikel -e-. [Mi e waka go na skoro] [vert. Ik loop naar school.]
- Om aan te geven dat de handeling in de toekomst zal gebeuren gebruikt het Sranan de partikels -sa- of -o-. [Mi sa waka go na skoro] of [Mi o waka go na skoro].[vert. Ik zal naar school lopen.]

In alle gevallen wordt waka gebruikt in de infinitiefvorm en is er geen sprake van flexie.

Pragmatiek
Als het aankomt op pragmatiek zijn er bepaalde woorden die gangbaar zijn in het Sranan en ook in het Nederlands, maar in beide talen heeft datzelfde woord een andere betekenis. Een Sranan-spreker kan dus ervan uitgaan dat hij een woord gebruikt dat hij kent maar in zijn productie van het Nederlands slaat hij de plank mis.
Bijvoorbeeld het woord ‘tof’. In het Sranan kan dit woord een negatieve betekenis hebben, maar met toffe jongens wordt in het Nederlands een positieve eigenschap van deze jongens aangeduid.
Sranan: A ben tof gi mi di den fufuruman broko kon in mi oso ete wan lesi.
Nederlands: Het was niet leuk voor mij toen de dieven nog een keer bij me inbraken.

Een ander voorbeeld is het woord ‘meid’. Ook dit woord heeft in het Sranan een negatieve lading; in het gebruik door mannen komt de in hun ogen minderwaardigheid van het vrouwelijke geslacht tot uiting. In het Nederlands geldt dit niet automatisch. Er kan gedacht worden aan de (dienst)meiden van vroeger maar ‘toffe meiden’ zijn in het Nederlands flinke, stoere meisjes.
Sranan: “Hey Stanley, omen’ meid ie abi?”
Nederlands: “Hé Stanley, hoeveel vrouwen/vriendinnetjes heb jij?”

M.b.t. aanspreekvormen
In het Sranan geldt de ongeschreven regel dat jongeren ouderen aanspreken met u, ten teken van respect. Het persoonlijk voornaamwoord ‘yu’ heeft in het Sranan zowel de betekenis ‘je’ als ‘u’ (=beleefdheidsvorm).
Vb. Sranan: “Lespeki bigisma, mi mag aksi yu wan sani?”.
Nederlands: Gewaardeerde mevrouw/of/ Gewaardeerde bejaarden, mag ik u wat vragen?

Het respect wordt in het Sranan vaak ook uitgedrukt door de aanspreekvorm te herhalen.
Vb. Sranan: Granm'ma, mi mag aksi granm’ma wan sani?
Nederlands: Oma, mag ik u/oma iets vragen?

In tegenstelling tot het Sranan wordt in het Nederlands al gauw getutoyeerd, ongeacht het leeftijdsverschil. Voor Surinaamse leerkrachten die dit niet gewend zijn, is het op zijn minst onwennig om met je en jou aangesproken te worden. Sommige leerlingen die in Suriname altijd ‘u’ gebruikten om hun leerkracht aan te spreken zullen niet al te makkelijk plotseling de juf of meester bij de voornaam roepen of tutoyeren.

Naar boven

3. Verwervingsvolgorde van bovengenoemde domeinen


Over de manier van een leeftijden van de taalverwerving in het Sranan Tongo is helaas weinig bekend. Dit kan te verklaren zijn door het feit dat deze taal in Suriname niet op school wordt gesproken en voornamelijk een spreektaal is. Daarnaast kan het meespelen dat het vroeger als beschamend werd beschouwd om in het Sranan Tongo te spreken. Aangezien meertaligheid in Suriname ook veel voorkomt, spreken veel kinderen bijvoorbeeld een soort mengtaal van het Nederlands en het Sranan. Dit is ook een reden waardoor het lastiger kan zijn om de taalverwerving van het Sranan Tongo goed in kaart te brengen. Daarom verwijzen we de lezer hier naar het algemene schema van taalverwerving met daarbij de kanttekening dat heel specifieke aspecten van een bepaalde taal natuurlijk later of eerder verworven kunnen worden dan in dit schema staat.


4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Sranan


Helaas is er geen literatuur gevonden over taalstoornissen in het Sranan Tongo.

Naar boven

5. Literatuurverwijzingen


- Arends, J., Muyskens, P., Smith, N. (1995). Pidgens and Creoles; an introduction. Amsterdam/Philadelpia, John Benjanmins B.V.
- Arends, J. (jaar) “The history of the Surinamese creoles; a sociohistorical survey”. In: Atlas of the languages of Suriname (115-129).
- Bruyn, A.(1995). Grammaticalization in Creoles: the development of determiners and relative clauses in Sranan (Studies in language and language use 21). Amsterdam, IFOTT.
- Charry, E., G. Koefoed & P. Muysken (eds.) (1983). De talen van Suriname. Muiderberg: Coutinho
- Koefoed, G. & Tarenskeen, J. (1992). “De opbouw van de Sranan woordenschat”, OSO, Jrg. 11, nr. 1,. blz. 67 - 81
- Koefoed, G. , “De geleidelijke ontwikkeling van het Sranan”, OSO, Jrg.8, nr. 2, 1989. blz. 227 – 233.
- Koefoed, G. , Meertaligheid: taalkundige en sociale gevolgen, Paramaribo, I.O.L. 2004.
- Rens, L., The historical and social background of Suriname’s Negro-English (Academisch Proefschrift) . Amsterdam, North Holland Publishing Company, 1953. 155 blz.
- Sebba, M., “Serial verbs; a boost for a small lexicon”, In: OSO, Jrg. 3, nr. 1, 1984. (35 – 39)

Naar boven